U kunt ook de papieren versie van de schoolgids van deze website downloaden. Deze wordt ter beschikking gesteld als PDF bestand. Voor dit bestand heeft u Acrobat Reader nodig. schoolgids_2004-2005.pdf
(Om de schoolgids te kunnen afdrukken heeft u de gratis software "Adobe Acrobat Reader" nodig. Klik op het plaatje links om deze van het internet te halen)
Voor u ligt de schoolgids 2004 – 2005 van de Evangelische Basisschool ‘De Rank’ in Arnhem. Een belangrijke gids, want hierin geven we u veel informatie over onze school. Op allerlei gebieden willen we u informeren, zodat u een zo duidelijk mogelijk beeld hebt van ons.
Als evangelische basisschool willen we een plaats zijn waar kinderen van vier tot twaalf jaar zich veilig en vertrouwd weten. Een eerlijke en bijbelgetrouwe school, die voor iedere betrokkene transparant is. Juist omdat we op school voluit willen leven en werken vanuit de liefde van de drie-enige God, willen we dat in de eerste plaats uitstralen naar de kinderen en ouders.
De basisschool is een plaats waar kinderen acht jaren van hun leven doorbrengen. Een plaats waar ze gevormd worden en hun persoon en karakter zich ontwikkelen. Daarbij nemen ze toe in kennis en vaardigheden, zodat ze bij het verlaten van de basisschool een stevig fundament hebben voor hun verdere opleiding. Ouders willen we aanmoedigen om een verantwoorde keuze te maken voor de school van hun kind(eren). Allerlei factoren spelen een rol bij die keuze en één daarvan is de aansluiting van de school op thuis. Misschien is dat zelfs wel de belangrijkste factor!
In hoeverre hanteert de school dezelfde uitgangspunten als de ouders? Hoe geeft de school vorm en inhoud aan haar identiteit? Waar kunnen we de school op aanspreken en hoe gaat de school om met waar ouders en kinderen mee komen? Vragen die voordat een schoolkeuze wordt gemaakt, beantwoord moeten worden. Om u daarbij te helpen, hebben we over deze onderwerpen uitvoerig geschreven.
Toch is deze schoolgids maar een zeer beperkt deel van de school. U krijgt informatie over tal van onderwerpen, maar hoe de school in het echt is, merkt u pas wanneer u daadwerkelijk op bezoek komt. We nodigen u uit om uw eerste indruk uit deze gids, te completeren met een bezoek aan school. U ziet dan hoe de school er van binnen uitziet, wie er werken, hoe de klassen er uitzien en u kunt de sfeer proeven. Ook willen we graag in een persoonlijk gesprek ingaan op uw vragen en meer vertellen over onszelf.
We nodigen u dus van harte uit op school! De deuren staan voor u open en u bent van harte welkom!
Met vriendelijke groet,
namens bestuur en team van EBS 'De Rank' Arnhem
Op de evangelische scholen in het algemeen en op 'De Rank' in het bijzonder wordt gewerkt en geleefd vanuit de persoonlijke relatie van leerkrachten met Jezus Christus. Tot eer van God de Vader en door het werk van de Heilige Geest willen we beelddragers van Jezus zijn. We willen de kinderen hierin voorgaan en begeleiden naar of ondersteunen in hun eigen relatie met Hem. Hierbij aanvaarden we de Bijbel als Gods Woord en als absolute autoriteit en fundament voor ons geloof en het leven vanuit dit geloof. Hierbij zien we ook een missionaire taak. We zien het als een uitdaging om met elkaar op school en ook naar anderen toe, te laten zien wie Jezus is. Dit kan in woorden maar vooral ook in daden tot uiting komen. Zo willen we door de manier waarop we met elkaar en anderen omgaan en door het onderwijs wat op onze school gegeven wordt, getuigen zijn in een wereld die steeds meer van God afdwaalt.
Historie van de school
Op 17 augustus 1998 zijn de deuren van 'De Rank' voor het eerst open gegaan voor de kinderen. Na jaren voorbereiding door enthousiaste ouders, was dit een geweldig moment. Eind jaren tachtig zijn de aanvragen voor het stichten van een evangelische basisschool al ingediend bij de overheid. Doordat de evangelische richting niet als aparte richting werd erkend, kon echter de school niet starten. Het heeft vele jaren gekost om toch een school in Arnhem te starten waar evangelisch onderwijs gegeven kon worden. In 1998 was het eindelijk zover. In het eerste schooljaar begonnen we met 60 kinderen, verdeeld over drie combinatie-groepen. Vanaf de start is de school gegroeid en konden we een extra groep vormen. Dit schooljaar starten we met ruim honderd kinderen, verdeeld over vier groepen. In de loop van het jaar zullen er nog meer kinderen instromen, waardoor we aan het einde rond de 110 kinderen uitkomen. Binnen het evangelisch onderwijs in Nederland en ook in de gemeente Arnhem nemen we steeds meer onze eigen plaats in.
Naam van de school
De naam 'De Rank' is ontleend aan het bijbelgedeelte over 'De ware Wijnstok', te lezen in Johannes 15: 1-8. Jezus Christus zegt in dit bijbelgedeelte dat het slechts mogelijk is om vrucht te dragen als we 'in Hem blijven'. Dat wil zeggen dat we een onafscheidelijke en intieme relatie met Hem hebben. Dat is wat we als school willen: dicht bij God zijn en blijven in alles wat we ondernemen. Als we dat doen, zullen we vruchten dragen. Vruchten in de levens van ieder die bij de school betrokken is, maar natuurlijk vooral in de levens van de kinderen. We verlangen ernaar om de kinderen tot ontplooiing te zien komen en ze te zien groeien in hun persoonlijke relatie met Jezus Christus. Zo worden ze mens, zoals God het heeft bedoeld.
Schoolgrootte
De school start dit schooljaar met bijna honderd leerlingen, waarvan ongeveer 80 kinderen uit Arnhem komen en de rest uit plaatsen rondom. De school vervult dus duidelijk een streekfunctie. De kinderen die de school bezoeken zijn, samen met hun ouders, voor het merendeel aangesloten bij een evangelische gemeente. Een klein gedeelte is lid van een traditionele kerkgemeenschap.
Als school willen we graag blijven groeien. Na de spectaculaire groei van 50% in het eerste schooljaar, gaat de groei nu meer geleidelijk. Door kwalitatief goed onderwijs te geven waarin onze God centraal staat, hopen we dat steeds meer ouders hun kinderen naar onze school laten gaan. We willen een veilige omgeving voor alle kinderen bieden. Een plaats waar ze zich thuis voelen en graag naar toe gaan. Dit vraagt inzet van alle betrokkenen en ook komend schooljaar willen we als team van de school deze inzet weer volledig geven.
Gebouw
Sinds de zomer van 1999 zijn we als school gevestigd in een gebouw in het centrum van Arnhem. Dit schoolgebouw staat aan de Coehoorn-straat en telt zes lokalen, een gemeenschapsruimte en verschillende nevenruimtes. Doordat dit gebouw in de directe nabijheid van het NS-station en het busstation ligt, is het makkelijk bereikbaar voor de meeste kinderen.
Het gebouw aan de Coehoornstraat lijkt van buiten een vrij gesloten geheel. Van binnen echter is het een goed onderhouden schoolgebouw dat veiligheid en warmte uitstraalt. We vinden het belangrijk dat iedere gebruiker van het schoolgebouw, zowel kinderen als leerkrachten, zich prettig voelt bij inspanning en ontspanning. Daarom willen we ons best doen om het gebouw veilig, open, warm en overzichtelijk te laten zijn. En natuurlijk willen we het gebouw zo gebruiken dat ieder zich daarin thuis voelt.
Toelatingsbeleid
Wij verwachten van de ouders dat zij niet alleen consumenten zijn van wat door de school wordt
aangeboden aan hun kinderen, maar dat zij ook volledig instemmen met de grondslag en de doelstelling van de school en dit zoveel mogelijk ondersteunen. In de kennismaking- en intake-gesprekken komt dit punt nadrukkelijk aan de orde, evenals in het inschrijfformulier.
Aanmelding van nieuwe leerlingen
Op school kunt u een informatiepakket en aanmeldingsformulier halen of aanvragen, wanneer u van plan bent uw kind(eren) naar onze school te laten gaan. Het aanmeldingsformulier ontvangen we graag tijdig - liefst zo vroeg mogelijk - terug op school. Wanneer uw kind voor het eerst naar school gaat, is het een goed moment uw kind aan te melden wanneer het drie jaar geworden is. Dit in verband met onze planning.
Nadat u het aanmeldingsformulier heeft ingeleverd, ontvangt u een ontvangstbevestiging en maken we een afspraak voor een intakegesprek met de directeur. In dit gesprek ontvangt u verdere informatie over de school en worden nadere afspraken gemaakt. Dit intakegesprek en de eventuele testresultaten van uw kind(eren) bij tussentijdse instroming, zijn uiteindelijk bepalend voor de toelating op school.
Aannameprocedure
Met alle ouders wordt bij de aanmelding van het eerste kind op school, een intakegesprek gevoerd. In dit gesprek vragen we u zoveel mogelijk informatie over het kind te geven. Ook schriftelijke gegevens, zoals eerdere rapporten of onderzoeksgegevens, zijn voor ons van belang. Het doel van dit gesprek is het kind zo goed mogelijk in beeld te krijgen en te bepalen of onze school het onderwijs en de zorg voor het kind kan geven. Omdat we een kleine school zijn met beperkte middelen, hebben we geen uitgebreide mogelijkheden om elk kind die zorg te geven die nodig is. Omdat we graag een eerlijke beslissing willen nemen, volgen we een zorgvuldige procedure. Informatie inwinnen bij de school van herkomst, wanneer van toepassing, is ook onderdeel van de procedure. Tenslotte testen we alle kinderen die aangemeld worden voor gr. 3 t/m 8.
Wanneer alle gegevens zorgvuldig zijn overwogen, nemen we de beslissing over de toelating. Hierbij spelen onderstaande punten een rol:
sluiten de verwachtingen van de ouders aan bij de identiteit en het onderwijs van de school?
is er specifieke onderwijskundige hulp nodig en kan de school deze geven?
per wanneer wensen de ouders hun kind te laten komen?
Wanneer ouders een volgend kind bij ons aanmelden, volgt er in principe niet weer een gesprek. Alleen wanneer het inschrijfformulier daar aanleiding voor geeft of de ouders zelf een gesprek wensen, wordt hiervoor een afspraak gemaakt.
Voor alle aangenomen kinderen geldt dat ze, voordat ze daadwerkelijk op school komen, eerst één of meerdere keren kunnen komen kijken in hun nieuwe groep. Zo kunnen ze kennismaken met de leerkracht en de nieuwe klasgenoten. De stap naar de nieuwe school hopen we op deze manier te verkleinen.
Verwijderingsbeleid We willen op onze school een veilige omgeving voor iedere betrokkene. Als bestuur en directie zijn we verantwoordelijk voor deze veiligheid en geven m.n. de personeelsleden hieraan concreet vorm en inhoud.
Veiligheid is een rekbaar begrip waarbij voor iedereen in verschillende situaties weer andere eisen worden gesteld. In deze paragraaf beperken we ons tot de onderwerpen veilige sfeer en pedagogisch klimaat. Veiligheid v.w.b. het gebouw, de materialen en de omgeving wordt op een andere wijze geregeld.
Binnen het gebied 'veilige sfeer / ped.klimaat' onderscheiden we vijf terreinen: praten met elkaar; omgaan met materialen; geweld; pesten en gehoorzaamheid. Norm bij deze gebieden is wat het Woord van God ons leert.
Het creëren van een veilige leef- en werkomgeving heeft alleen zin, wanneer je ook afspraken maakt t.a.v. de handhaving van de regels en afspraken. Alleen dan kun je een veilige omgeving garanderen. Daarbij vraagt de inspectie ook dat beleid op dit terrein verwoord wordt in de schoolgids.
Doel
Handhaven van de regels en afspraken in de school. Bij de aanmelding van een kind wordt met de ouders gesproken over het gedrag van de kinderen. Hierover wordt gezegd dat we van de kinderen verwachten dat ze zich conform de algemene verwachtingen en de bijbelse principes gedragen. Wanneer hier iets mis gaat, nemen we als school contact op met de ouders om overleg te hebben. Een jaar geleden hebben we als team het systeem van gele en rode kaarten ingevoerd. Hiervan is daarna sporadisch gebruik gemaakt. Wel is er verschillende keren overleg met ouders geweest over het gedrag van kinderen.Wanneer je de regels en afspraken in en om de school wilt handhaven, moet er uiteraard rekening gehouden worden met de leeftijd van de kinderen en de aard van het gedrag.Binnen de school en tijdens de ochtendpauze reageert het personeel alert op ontstane situaties en spreken de kinderen op eigen niveau aan wanneer dat nodig is. In de middagpauze spelen de overblijfouders hierin een rol. Er zijn duidelijke overblijfregels, wanneer kinderen zich hier niet aan houden worden ze doorverwezen naar de achterwacht, een teamlid dat in de middagpauze de overblijfouders ondersteunt.
Kinderen binnen de waarden en normen houden. In de Bijbel staat hierover in Spreuken 12:1: Wie tucht liefheeft, heeft kennis lief; maar wie terechtwijzing haat, is dom.' Het woord 'tucht' betekent vanuit de grondvertaling 'trekken, binnen de bijbelse normen en waarden houden'. Dit gebeurt in de praktijk door het goede te benadrukken en te stimuleren, maar kan ook door correctie en straf tot stand gebracht moeten worden.Hebreeën 12:11: Want alle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde, maar smart te brengen, doch later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat uit gerechtigheid. Behalve tucht is er ook de barmhartigheid die de Bijbel ons leert. Maar waar van alles geprobeerd is, blijft er niets anders over dan tucht toe te passen. Dit doet pijn bij degenen die tucht ontvangen, maar ook bij hen die tucht moeten toepassen.
Duidelijkheid geven voor ouders, leerlingen, leerkrachten en directie over de stappen die in het gehele proces worden genomen.
Uitwerking Er worden verschillende stappen genomen wanneer kinderen zich niet aan de regels en afspraken houden. Iedereen maakt wel eens een fout. Uitgangspunt is dan ook dat kinderen worden aangesproken wanneer het fout gaat en dat we verwachten dat het kind dan verandering van gedrag toont.
Wanneer een kind meerdere keren op dit gebeid gecorrigeerd dient te worden, nemen we contact op met de ouders om gezamenlijk te kijken hoe betreffend kind het beste geholpen kan worden.
Afhankelijk van de overtreding zijn de stappen als volgt:
Waarschuwing - gesprek over de fout en verzoening- pauze binnenblijven en straf / overblijfregels overschrijven- dag of meerdere dagen binnenblijven en de overblijfregels overschrijven of ander werk
Schorsing voor één dag (de directeur beslist hierover na overleg met de leerkracht en de ouders)- dit gebeurt als stap 1 al meerdere keren is doorlopen- dit gebeurt alleen bij ernstige overtredingen zoals: niet luisteren naar leerkrachten of lichamelijk of verbaal geweld- de ouders worden gebeld en gevraagd het kind direct op te halen van school- het kind krijgt werk van school mee om thuis te maken - de volgende dag komt de geschorste pas weer in de klas als er een positief gesprek geweest is tussen de directeur en de leerkracht met de ouders en het kind.
Schorsing voor twee dagen (de directeur beslist hierover na overleg met de leerkracht en de ouders)- als stap 1 en 2 al zijn doorlopen, volgt schorsing voor twee dagen- de ouders worden opnieuw op school uitgenodigd voor een gesprek, waarin wordt gewaarschuwd dat verwijdering van school zal plaatsvinden bij een volgende ernstige overtreding- zie verder stap 2
Verwijdering van school.
Het zal duidelijk zijn dat we als school van alles doen om te voorkomen dat we een kind moeten verwijderen van school. Het past bij het karakter van de school om kinderen nieuwe kansen te geven. Wij willen de kinderen op onze school een veilige omgeving kunnen garanderen. In die situatie kan het zover komen dat we tot verwijdering moeten overgaan van kinderen die, ondanks eerdere sancties/schorsingen, blijven ingaan tegen de regels en afspraken op school en/of de normen en waarden die Gods Woord ons aanreikt. In dit geval zal door de school worden bemiddeld in het vinden van een andere school. Wanneer we overgaan tot deze laatste stap, dan beslist het bestuur op voordracht van de directeur.
Het bestuur
De Evangelische Basisschool 'De Rank' valt onder de Stichting Evangelische Basisscholen (SEB) Arnhem. Deze stichting wordt geleid door het bestuur. Het bestuur is als zodanig dus de verantwoordelijke instantie of ook wel het 'bevoegd gezag' van de school. Onder haar verantwoordelijkheid wordt de school in al haar facetten vorm gegeven.
Alle zaken die gaan over de identiteit van de school en het 'gezicht' van de school naar buiten, vallen onder de directe taak en werkzaamheden van het bestuur. De rest wordt in overleg met of door de directeur, het schoolteam en de ouders vorm gegeven.
Wel is het zo dat alle activiteiten van bestuur, directie en schoolteam, gebeuren binnen van te voren afgesproken beleidskaders.
Een van de belangrijkste taken van het bestuur is dan ook om te kijken of het beleid past binnen de afspraken die gemaakt zijn en de identiteit van de school ondersteunen en bevorderen.
Adresgegevens van het bestuur vindt u in het colofon op de binnenkant van de omslag van deze schoolgids.
Schepping - zondeval - verlossing God heeft de wereld en alles wat daarop leeft, geschapen. Hij onderhoudt Zijn schepping o.a. door de mens, als kroon van de schepping, uit liefde het rentmeesterschap
daarover te geven. De relatie tussen God en de mens werd verstoord door de ongehoorzaamheid van de mens aan God. Hij heeft voorzien in de verlossing en het herstel van deze relatie door Jezus Christus.
De persoonlijke relatie met God Met de verlossing als beginpunt van het evangelie, kunnen wij komen tot een persoonlijke relatie met God. Het 'kennen van God' is het begin van alle wijsheid en kennis. Hierdoor gaat de schepping 'spreken' en wordt wereldverkenning een leerproces waarbij God steeds meer in het middelpunt komt te staan.
Het kennen van God Het beginsel van de evangelische levensbeschouwing kan samengevat worden met de woorden: God kennen en Hem bekendmaken. Dit 'kennen' houdt veel in. We onderscheiden het kennen van het karakter van God door bestudering van Zijn eigen Woord. Tegelijk betekent dit 'kennen' ook een innerlijk weten, het zich-eigen-maken. We geloven dat persoonlijke vorming ten diepste te maken heeft met dit kennen van God.
Dit is alleen mogelijk wanneer kinderen in contact worden gebracht met God zelf. Dit kan door het luisteren naar Zijn Woord, het toepassen hiervan in hun eigen leven, gebed en luisteren naar Zijn stem en door Hem te aanbidden in woord, zang en gebaar. Vervolgens leren zij God kennen door het bestuderen van Zijn schepping, Zijn hand hierin te her- en erkennen in de wereld om hen heen en Hem hiervoor te danken.
Visie op kind en ontwikkeling
Elk kind is door God gemaakt als een uniek persoon en wordt door Hem geliefd. Vol verwachting en verlangen ziet Hij uit naar wie het is en zal worden. Elk moment is God betrokken met hem of haar en in de school willen we oog en oor hebben voor Gods plan met elk kind.
We zien een kind als een geheel. Een mens door God gemaakt met hoofd, hart en handen. Deze aspecten moeten alle drie een plaats hebben in ons onderwijs. Niet als afzonderlijke delen, maar als gebieden die in alles elkaar beïnvloeden en een kind maken tot wie het is.
Niet alleen de persoonlijke vorming van een kind, maar ook het vinden van zijn plaats in de samenleving wordt bepaald door de relatie met God.
We erkennen dat Hij een doel heeft met de schepping en dat ieder leven uniek en zinvol is. In onderwijs en opvoeding vinden wij het wezenlijk om de menselijke ontplooiing te zien in het licht van de gehoorzaamheid aan God. We geloven dat de grootste vrijheid die mensen aankunnen, te vinden is binnen de grenzen die God heeft gesteld in Zijn Woord. Hierbij gaat onze aandacht in de eerste plaats uit naar het kennen van God en in de tweede plaats naar doen van Zijn wil.
Dit houdt in dat we de kinderen in de eerste plaats in contact willen brengen met God. Dit doen we op zodanige wijze, dat hij of zij kan groeien in een persoonlijke relatie met Hem op de manier die bij het kind past. We kunnen en willen dit niet forceren. De wijze waarop we dit dan wel willen doen is door voorwaarden te scheppen, waarop God zich kan openbaren op welke wijze dan ook.
We zijn daarbij het meest aangewezen op de Bijbel als belangrijkste bron van openbaring en Zijn Geest in de verschillende ontwikkelingsgebieden.
Levensbeschouwelijke ontwikkeling Deze ontwikkeling wordt zoveel mogelijk geïntegreerd in alle andere gebieden. De integrale doelen zijn gesteld vanuit de onderliggende visie van de school, d.w.z. dat alle onderwijs dat gegeven wordt op onze school in het teken staat van de relatie tot God en dat waarden en normen in de verschillende leer- en vormingsgebieden gerelateerd zijn aan wat de Bijbel ons leert. Het begrip ‘godsdienstles’ is derhalve kunstmatig.
Sociaal-emotionele ontwikkeling Deze is gericht op het leren omgaan met jezelf en de ander. Kernbegrippen hierbij zijn: zelfacceptatie, zelfvertrouwen en zelfrespect. Deze zaken vormen de basis voor acceptatie van, vertrouwen in en respect voor de ander. Daarbij komen ook zaken als het leren omgaan met eigen en andermans gevoelens, ze leren uiten, accepteren en begrijpen. Dit alles om te komen tot een karakterontwikkeling waarbij het voorbeeld van Christus weerspiegeld wordt.
De verstandelijke ontwikkeling Deze is gericht op het ontwikkelen van kennis en vaardigheden bij de vakken die op school worden gegeven. Hierbij willen we graag dat kinderen hun ontdekkingen, ideeën en observaties leren plaatsen en toetsen aan hetgeen God daarover heeft geopenbaard in de Bijbel.
De zintuiglijke- en lichamelijke ontwikkeling Deze is gericht op handelingen die nodig zijn voor eigen redzaamheid en veiligheid, het leren omgaan met het eigen lichaam om eigen mogelijkheden te ontdekken met de verschillende zintuigen die God aan de mens heeft gegeven.
De creatieve ontwikkeling Deze is gericht op het actief leren omgaan met de eigen creatieve mogelijkheden in denken en doen. Hierbij komen communicatieve en expressieve vaardigheden aan de orde bij o.a. taal, muziek, handvaardigheid en tekenen. Doel hierbij is om God te verheerlijken d.m.v. creatieve werkvormen. Een ander belangrijk aspect is dat kinderen leren genieten van mooie dingen om hen heen en zelf ook plezier hebben in het maken hiervan.
De zelfstandigheidsontwikkeling Deze is gericht op het ontwikkelen van vertrouwen in God, zichzelf en de ander en daarbij het ontplooien van eigen initiatief op allerlei terreinen.
Het schoolklimaat
Om al deze doelen te kunnen verwezenlijken moeten de omstandigheden waarin de kinderen op school leven en werken zo gunstig mogelijk zijn.
Dat betekent dat we graag een goede sfeer in de school willen hebben, waarbij ieder kind zich veilig en gewaardeerd voelt.
We streven vervolgens naar een open houding richting de kinderen. Liefde en respect voor elkaar zijn kernwoorden hierbij. We willen geen afstandelijke verhouding met elkaar, maar willen begrip hebben voor elkaar en elkaars situatie.
In deze relatie spelen gehoorzaamheid en respect voor gezag een rol.
Het werken aan deze sfeer is een actief proces. Ook dit schooljaar willen we dit proces met elkaar bevorderen. We willen leren van de vorige schooljaren, de goede dingen bewaren, verder ontwikkelen en waar nodig correcties toepassen.
Dit kunnen we niet alleen. Met de kinderen in de groepen spreken we hierover en wijzen we op een gezamenlijke verantwoordelijkheid die we hebben voor het klimaat op school. Ook met de ouders willen we regelmatig hierover spreken. Dit doen we o.a. op de geplande ouderavonden.
Bij verschillende vakken werken we in grotere of kleinere projecten, die we aan elkaar en soms aan de ouders presenteren. Elk jaar houden we een groot project waarbij we als hele school werken en leren rondom één onderwerp. Deze projectweek wordt afgesloten met een presentatieavond voor ouders en iedereen die wil komen kijken.
Elke maandag beginnen we met de hele school de nieuwe week. Dit doen we tijdens de weekopening in de aula. Afwisselend laten de verschillende groepen zien wat ze hebben gedaan in de klas of doen ze samen een toneelstuk, dans of iets anders. Centraal tijdens deze opening staat de verheerlijking van onze God. We zingen veel samen, waarbij ook dans, vlaggen en mime een plaats in kunnen nemen.
In ditzelfde kader zijn nog te noemen: de schoolreis en het schoolkamp; de excursies naar verschillende plaatsen en natuurlijk ook het dagelijks beide pauzes hebben de kinderen volop gelegenheid om met elkaar te spelen. Hiervoor zijn verschillende materialen beschikbaar, maar vaak nemen kinderen ook zelf speelmateriaal mee.
Het schoolklimaat heeft onze dagelijkse aandacht en we vinden het cruciaal voor onze school. Daarom horen we graag van ouders wanneer ze op dit gebied voorstellen hebben en willen meedenken in de ontwikkeling van een veilige en welkome plaats voor alle kinderen.
Vervanging bij afwezigheid
Tegenwoordig heeft elke leerkracht recht op ADV. In onze school vullen we dat op verschillende manieren in. In gr. 1/2 is een vaste ADV-leerkracht, die in principe ook andere dagen van afwezigheid invult. In de groepen 3/4, 5/6 en 7/8 worden de ADV-dagen ingevuld door een duo-leerkracht of de directeur, die hiermee een deel van zijn lesgevende taken realiseert.
Wanneer een leerkracht ziek is of om andere reden afwezig is, wordt hij of zij vervangen door een invaller. Helaas hebben we niet veel invallers. Het is ons streven om zo weinig mogelijk verschillende mensen voor eenzelfde groep te hebben.
Dit lukt niet altijd en in die gevallen wordt er voor de kinderen een zo goed mogelijke oplossing gezocht. Wanneer er bij ziekte geen invaller gevonden kan worden, worden de kinderen van de betreffende groep opgevangen door de andere leerkrachten. Dit kan op verschillende manieren, bv. door de groep te verdelen over de andere groepen, door één leerkracht voor twee groepen te zetten, door de inzet van de directeur of op andere wijze. In het uiterste geval wordt een groep naar huis gestuurd. Natuurlijk doen we er alles aan om dit te voorkomen. Wanneer het toch niet anders kan, worden de ouders hiervan tijdig op de hoogte gesteld.
Vrijwilligers
Als kleine school hebben we een beperkte mogelijkheid tot het aanstellen van personeel. Daarom maken we ook gebruik van de inzet van vrijwilligers in de school. Dat kan op verschillende terreinen. Wanneer deze vrijwilligers een lesgevende taak hebben, is een vereiste dat ze beschikken over een onderwijsbevoegdheid.
Ook dit schooljaar zijn er meerdere ouders die ondersteunende taken hebben. Zo begeleiden ouders leesgroepjes bij het niveaulezen; komen er dagelijks ouders in de middagpauze toezicht houden bij het buitenspelen en zijn er ouders die een leerkracht in de groep helpen bij de voorbereiding en uitvoering van bepaalde lessen. Ook voor de organisatie en begeleiding van allerlei schoolactiviteiten kunnen we niet zonder de inzet van vrijwilligers. We zijn zuinig op deze vrijwilligers. Samen met hen en de rest van de ouders willen we de verantwoordelijkheid voor onderwijs en opvoeding van de kinderen dragen.
Stagiaires
Onze school wil aan aanstaande leerkrachten de mogelijkheid bieden om praktijkervaring op te doen in het basisonderwijs. Dit doen we omdat we als basisschool ook een verantwoordelijkheid hebben in de vorming van nieuwe leerkrachten. We hebben daarom contact met de Christelijke Hogeschool in Ede.
In verband met de grootte van de school, de werkdruk en het pedagogisch klimaat in de groepen, zijn we als school enigszins terughoudend in het plaatsen van stagiaires. Wanneer er toch plaats is voor een stagiaire, is het de taak van de groepsleerkrachten deze studenten te begeleiden. Vanzelfsprekend blijft de eigen groepsleerkracht verantwoordelijk voor de totale gang van zaken in de groep.
Aannameprocedure nieuwe leerkrachten
In onze geschiedenis als evangelische basisschool hebben we al verschillende keren te maken gehad met vacatures onder het personeel.
Wanneer zo'n vacature ontstaat, wordt door de directeur in overleg met bestuur gekeken hoe deze is in te vullen. Soms kan dat door intern e.e.a. te wijzigen in functies en taken, meestal moet er extern geworven worden.
Wanneer dit laatste het geval is, wordt er een wervings- en selectiecommissie samengesteld. Deze commissie bestaat naast de directeur uit een tweetal bestuursleden en een afvaardiging van de medezeggenschapsraad. In deze raad hebben ouders en personeel zitting. Vanuit beide geledingen wordt iemand in de commissie geplaatst. De commissie stelt een advertentie op waarin betreffende vacature gemeld wordt met daarbij functie-inhoud en -eisen. Uit de reacties selecteert de commissie een aantal personen waarmee de procedure verder afgehandeld wordt. Met de geselecteerde personen worden gesprekken gevoerd en ook een proefles maakt deel uit van het geheel. In de gesprekken wordt de sollicitant uitgebreid bevraagd op onder meer hun persoonlijk geloofsleven en de relatie daarvan met de identiteit van de school. Ook eventuele ervaring in het onderwijs, persoonlijke kwaliteiten en het functioneren binnen een teamverband komen aan de orde.
Bij dit alles maken we als school gebruik van een vastgestelde selectiecode, die op aanvraag voor iedereen is in te zien.
Het doel van de commissie is die persoon voor te dragen als nieuw personeelslid, die daarvoor het meest geschikt wordt geacht. Na de voordracht van de commissie aan het bestuur, benoemt deze uiteindelijk de nieuwe leerkracht.
Wie doet er nu wat?
Aan het begin van schooljaar 2003 - 2004 werken er ongeveer 10 personeelsleden op school. De meeste geven les, anderen helpen ons met hun specialisaties.
Groepsleerkrachten
groep 1/2 Nicoline Bruil - te Hennepe
groep 3/4 Hilde Veenkamp / Hanneke de Zoete
groep 5/6 Erik Hendriksen
groep 7/8 Maarten Janssen
Onderwijsassistenten
groep 1/2 Tineke Krale - Peterse
groep 3/4 Jantine Groenenberg - Rook
Interne Begeleider / Remedial Teacher
Els Woudsma - Schuitemaker
ADV-leerkracht groep 1/2 en invalster
Niesje Andringa - Meems
Directeur
Johan Andringa
Waarnemend directeur Maarten Janssen
Aan het begin van het schooljaar worden de adressen van de personeelsleden in een apart boekje aan alle ouders uitgereikt.
Via de PERS, het wekelijks informatieblad van de school, wordt ook aan het begin van het schooljaar bekend gemaakt welke dagen er door wie en op welke plaats gewerkt wordt. Niet iedere leerkracht geeft namelijk dagelijks les.
Bereikbaarheid van het team
We vinden het belangrijk dat u geregeld contact hebt met de leerkracht van uw kind(eren). Vooral wanneer u wat verder weg woont en niet zelf uw kind(eren) naar school brengt en weer haalt, kan dat best lastig zijn.
Belt u dan gerust even naar school en maakt u eventueel een afspraak voor later. Via de telefoon even enkele zaken afhandelen, kan natuurlijk ook. Belt u in ieder geval na 15.30 uur, wanneer u graag een leerkracht wilt spreken.
Wanneer niet direct iemand de telefoon opneemt, kunt u een bericht achterlaten op het antwoord-apparaat.
Via email kunt u ook communiceren met de leerkrachten. Geeft u in dat geval duidelijk aan voor wie uw bericht bestemd is.
Pauze
Elke morgen hebben de kinderen tijd om een van huis meegebracht tussendoortje op te eten. De kinderen vanaf groep 3 gaan daarvoor of daarna een kwartier naar buiten. Groep 1/2 gaat op een ander moment buitenspelen. Enkele suggesties voor het tussendoortje: fruit; drinkyoghurt; Sultana of Liga, etc. Snoep meenemen willen we erg beperken. Wanneer u dit toch nodig vindt, geef dan één snoepje mee en niet hele rollen of zakken!
Van 12.00 - 12.15 uur wordt er in alle groepen gezamenlijk gegeten, o.l.v. de eigen leerkracht. Daarna gaan alle kinderen tot 13.00 uur naar buiten, waarbij ouders toezicht houden op het
schoolplein. Bij slecht weer gaan de kinderen naar binnen, waar in de eigen klas een spelletje o.i.d. gedaan kan worden.
Aantal uren onderwijs
Het minimum aantal uren school per jaar en het maximum aantal uren per dag, zijn wettelijk geregeld. Oplopend vanaf de onderbouw moet elke school een vastgesteld minimum aantal onderwijsuren geven. Voor de eerste vier groepen is dit minimum 3520 uur, voor de groepen 5 - 8 is dit 1000 uur per groep. Met bovenstaande schooltijden voldoen we aan deze wettelijke criteria. De groepen 1 en 2 krijgen 20 uur les per week, vanaf groep 3 wordt er 25,5 uur lesgegeven.
Over het hele jaar gerekend komen we met deze uren en na aftrek van vakanties en vrije dagen, iets boven het minimum aantal uren uit. Dit overschot kunnen we gebruiken in geval van calamiteiten of om bv. een middag vrij te geven. Uiteraard zijn we hier zeer terughoudend in, om aan het eind van het jaar niet in problemen te komen. Elk jaar worden de schooltijden vastgelegd in een activiteitenplan dat door de inspectie wordt gecontroleerd. Wanneer hierin iets niet klopt of ontbreekt, zijn we verplicht een wijziging aan te brengen.
Met de leerkracht kunt u afspreken wanneer uw kind vijf ochtenden of middagen kan komen kijken, zodat het al enigszins kan wennen aan de groep.
Een eerste schooldag is voor de meeste kinderen erg spannend. Uw houding is daarbij heel belangrijk. Probeer niet al teveel nadruk te leggen op de komst op school. Kinderen voelen het vaak wanneer ouders ook iets als spannend ervaren en zullen daarom reageren op uw houding en emoties.
Het is fijn wanneer u uw kind zeker de eerste schooldag zelf naar school kunt brengen. Dit is soms een probleem i.v.m. werk of vervoer. Toch is het voor uw kind (en de school) erg prettig als u erbij bent wanneer het voor het eerst de school binnenloopt.
Kom zeker de eerste dag wat vroeger op school. U kunt dan samen met uw kind de klas bekijken. Ook kan de leerkracht die morgen wat extra tijd aan u en uw kind besteden.
Meestal verloopt zo'n dag zonder enige problemen. Soms echter vallen er wat tranen bij het afscheid. Toch, hoe moeilijk het ook kan zijn, is het het beste dat u de klas verlaat. Uw kind is in goede handen en onze ervaring is dat het verdriet dan meestal van korte duur is.
Op bezoek in de groep van uw kind
In overleg met de leerkracht van uw kind bieden we u de mogelijkheid een deel van de ochtend mee te maken. Niet alleen de leerkracht zal uw bezoek op prijs stellen, maar ook de kinderen vinden het vaak heel leuk wanneer papa of mama komt kijken. U zult merken dat u meer inzicht krijgt in de werkwijze en de materialen in de kleutergroep. Bovendien is het een prima gelegenheid om uw kind eens mee te maken in een groepssituatie, wat tot verrassende ontdekkingen kan leiden! Verder blijkt dat het groepsbezoek vaak een nadere kennismaking is tussen ouder en leerkracht, wat weer voordelen heeft voor de onderlinge communicatie.
De Open Ochtenden in oktober en maart gelden natuurlijk ook voor groep 1/2.
Tips voor de snack- en lunchtijd
Geef net zoveel eten mee als uw kind thuis gewend is; niet meer en niet minder.
Geef gezond eten mee, bij voorkeur geen snoep.
Goed sluitende bekers voorkomen lekkage en daarmee veel tranen en schoonmaakwerk.
Boterhammen graag in een stevige trommel meegeven.
Graag de trommel en beker van de naam van het kind voorzien.
Schaf een sterk rugzakje aan waar alles goed in past.
Het kan beslist geen kwaad de rugzak af en toe te wassen. Vooral bij lekkende bekers kan een tas erg gaan stinken.
Wilt u fruit geschild meegeven? Het is niet de bedoeling dat de leerkracht dit doet.
Het komt wel eens voor dat ouders thuis een vol broodtrommeltje of beker uit de tas van hun kind halen. Als dit vaker gebeurt, wilt u dit dan doorgeven aan de juf? Het is voor haar onmogelijk precies bij te houden hoeveel en wat elk kind moet eten en of ieder kind alles wat hij/zij mee gekregen heeft, ook opeet.
Speelgoed
Kinderen vinden het vaak leuk hun (lievelings)speelgoed mee naar school te nemen. Ze laten het dan vol trots zien aan de juf en hun klasgenootjes. Wanneer dat iedere dag zou gebeuren, zou dat iets teveel van het goede zijn. Daarom is er elke week een vaste speelgoeddag. De kinderen mogen dan hun speelgoed laten zien en er is ook gelegenheid om er mee te spelen.
Via de PERS wordt bekend gemaakt welke dag speelgoed meegenomen mag worden. Vanzelfsprekend blijft speelgoed de andere dagen gewoon thuis.
Godsdienstige vorming Iedere dag wordt met de kinderen gepraat over de Here God, wie Hij is, wat Hij gedaan heeft en nog steeds doet. Dat kan door het vertellen of voorlezen van een verhaal uit de Bijbel, door kringgesprekken, door het zingen van liedjes en door samen te bidden. Op die manier leren de kinderen God kennen en Hem liefhebben. Hierbij staat voorop dat Jezus ook hun Heer is en voor ze wil zorgen. We streven er naar om de kinderen op hun eigen niveau te laten toepassen wat God ons leert. Dat kan op verschillende manieren en in allerlei situaties.
Werken met ontwikkelingsmateriaal De kinderen krijgen verschillende materialen en activiteiten aangeboden om hun ontwikkeling te stimuleren. Er wordt gewerkt met expressiemateriaal (bv. zand, water, klei en verf) en ontwikkelingsmateriaal (waaronder bv. bouw- en constructiemateriaal, wereldspel, vormspelen, gezelschapspelen, puzzels, lotto’s, etc.). Daarnaast wordt er gewerkt in hoeken, zoals de bouwhoek, de poppenhoek, de leeshoek, de schrijfhoek, etc.
Expressie-activiteiten In de onderbouw wordt veel tijd ingeruimd voor expressie. Op allerlei manieren kunnen de kinderen hun eigen mogelijkheden verkennen en ontwikkelen. Tekenen, plakken, knippen en knutselen met verschillende materialen wordt vaak gedaan. Daarnaast kunnen de kinderen in de hoeken rollenspel doen of in de poppenkast spelen. Hierdoor ontwikkelt een kind o.a. sociale vaardigheden en leert het zich inleven in de rol van een ander. Ook kan het op een creatieve manier zijn of haar eigen fantasie uiten en ontwikkelen. Verder heeft ook de muzikale ontwikkeling een vaste plaats op het programma. We willen kinderen leren omgaan met muziek door stem, oren, lichaam en instrumenten. Er worden veel liedjes gezongen en opzegversjes aangeleerd, maar ook begrippen als ‘hoog-laag’; ‘snel-langzaam’ en ‘hard-zacht’. Verder improviseren we op ritme en tekst en komen dramatiseren van versjes en instrumentgebruik aan de orde.
Taalactiviteiten Dagelijks worden er verhalen verteld of voorgelezen. Ook hebben de kinderen de mogelijkheid om in de leeshoek een boek te bekijken en op hun eigen manier te ‘lezen’. Ook klassikaal of in een klein groepje worden (prenten)boeken aangeboden. Hierdoor en d.m.v. verschillende soorten taalspelletjes (soms vanuit de taalmethode voor de onderbouw ‘Doe maar mee’), wordt de woordenschat van de kinderen enorm uitgebreid en ervaren de kinderen dat taal je veel kan leren en je er plezier aan kunt beleven. Ook de interactie in de kring en het vrij spelen bevorderen de taalontwikkeling van de kinderen.
Rekenactiviteiten In de kleutergroepen wordt ook op een speelse manier aandacht gegeven aan ‘rekenen’. De kinderen leren geen sommetjes, maar er wordt wel geteld en op verschillende manieren leren kinderen ordening aan te brengen in hoeveelheden. Begrippen als ‘meer’ en ‘minder’; ‘veel’ en ‘weinig’ worden geleerd en kinderen leren ze toepassen.
Wereldverkenning Met behulp van verschillende thema’s verkennen de kinderen de wereld om hen heen. Zaken uit het gezin en de directe leefomgeving worden op een speelse manier uitgewerkt. De kinderen leren dat ze niet alleen in deze wereld leven. Te midden van andere mensen ontdekken ze steeds meer onderdelen van de Gods schepping en het plekje dat ze zelf daarin hebben.
Bewegingsactiviteiten Jonge kinderen hebben veel beweging nodig. In de klas worden daarom verschillende bewegingsspelletjes gedaan. In ons nieuwe gebouw hebben we een speellokaal waar met gymmateriaal allerlei leuke dingen gedaan kunnen worden. Ook spellessen staan op het programma. Natuurlijk wordt er, wanneer het weer het toestaat, ook zeer regelmatig buiten gespeeld. Met verschillende materialen en spelletjes kunnen kinderen ook daar bezig zijn met de ontwikkeling van motorische vaardigheden.
Sociaal-emotionele ontwikkeling Deze ontwikkeling wordt door alle activiteiten heen gestimuleerd. Daarnaast worden er ook specifieke activiteiten ingeroosterd, waarbij verschillende gevoelens zoals angst, verdriet, blijdschap en boosheid aan de orde komen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van prentenboeken, spelletjes en de methode ‘Ik, jij, wij’. Deze methode gebruiken we door de hele school om het werken aan sociale vaardigheden ook gestructureerd een plaats te geven binnen het hele onderwijs op onze school. Ook zelfredzaamheid is een onderdeel van deze ontwikkeling. De kinderen wordt geleerd ‘zich zelf te redden’ bij bv. jas en kleren aantrekken, eigen en schoolspulletjes op te ruimen.
Onderwijs in de midden- en bovenbouw
In de midden- en bovenbouw wordt er meer methodisch gewerkt dan in de onderbouw. Op de fundamenten die in de kleutergroepen gelegd zijn, wordt vanaf groep 3 verder gebouwd. De vakken die hier worden gegeven zijn globaal in een paar groepen te onderscheiden;
in de eerste plaats de verschillende basisvaardigheden, zoals lezen, schrijven, taal en rekenen; daarnaast de wereldoriënterende vakken en als derde de expressieactiviteiten. Kort gaan we deze onderdelen langs.
Basisvaardigheden
Lezen Voor het aanvankelijk lezen (het eigenlijke aanleren van de leestechniek) maken we gebruik van de nieuwe versie van de methode 'Veilig Leren Lezen'. Deze methode sluit aan bij de ontwikkeling van het kind en begint in groep 3. Vanaf groep 4 t/m groep 6 lezen de kinderen een keer per week op hun eigen niveau. Dit gebeurt in kleine groepjes, o.l.v. speciaal geïnstrueerde ouders. Op deze manier proberen de kinderen steeds een hoger leesniveau te bereiken.
Naast het technisch lezen wordt er vanaf groep 4 steeds meer nadruk gelegd op begrijpend en studerend lezen. We gebruiken hiervoor de methode 'Goed Gelezen'. Deze methode leert kinderen stap voor stap verschillende soorten teksten begrijpen en interpreteren.
Verder vinden we het belangrijk dat kinderen plezier krijgen in lezen. Daarom zijn we lid van de bibliotheek en komt er eens per maand een grote serie nieuwe boeken in de klas. Vanaf groep 6 moeten kinderen een boekverslag maken van boeken die gelezen zijn.
Hierbij wordt gekeken naar verschillende zaken en mag een kind zijn mening geven over een boek. Ook leren we kinderen dat niet elk boek dat interessant is, ook direct een (in geestelijk opzicht) goed boek is.
Schrijven In groep 3 starten we met het aanleren van het methodische handschrift. Hier maken we gebruik van de methode ‘Pennenstreken’. De kinderen schrijven eerst met een driekantig potlood. In de loop van het derde schooljaar gaan we over op de vulpen. Niet alleen een goede pen, maar ook bv. een juiste schrijfhouding en penvoering vinden we belangrijk. Ook hierbij volgen we de ontwikkeling van de kinderen. Vanaf groep 7 ontwikkelen de kinderen langzaam maar zeker een eigen handschrift. Ook besteden we vanaf deze groep aandacht aan creatieve schrijfvormen.
Taal Na de jaren met taalactiviteiten in de onderbouw, vindt er in groep 3 een integratie plaats van taal- en leesactiviteiten. Vanaf groep 4 wordt er gewerkt met de methode ‘Taal Actief’. Deze methode kent twee onderdelen: ‘Taalspel’ en ‘Woordspel’. Bij het eerste komen allerlei taalaspecten aan de orde: luisteren, spreken, lezen, stellen, creatief omgaan met taal, enz. Vanaf groep 6 komen ook de onderdelen woordbenoemen en zinsontleden aan bod. Het onderdeel ‘Woordspel’ gaat over spelling. Aan het begin van het thema krijgen de kinderen een zgn. ‘woordpakket’ aangeboden. Deze woorden hebben per pakket een spellingsmoeilijkheid en worden in de lessen behandeld. Met signaleringsdictees wordt gekeken in hoeverre kinderen spellingsregels beheersen. Wanneer een kind ergens moeite mee heeft, is er extra oefenstof. Aan het eind van een thema volgt er een controledictee. Op deze manier leren de kinderen de verschillende spellingsregels toepassen. Hiernaast is er in de bovenbouw veel aandacht voor de werkwoordspelling en de grammatica. Ook krijgen de kinderen vanaf groep 7 les in de Engelse taal.
Rekenen en wiskunde Vanaf gr.3 gebruiken we de rekenmethode ‘Pluspunt’. Hierin spelen contexten een belangrijke rol. Deze zijn meestal ontleend aan de werkelijkheid. Deze manier van rekenen wordt ook wel ‘realistisch rekenen’ genoemd. Door middel van probleemsituaties die voor kinderen herkenbaar zijn, worden leer- en denkprocessen op gang gebracht. Ook bieden contexten de mogelijkheid om verworven vaardigheden toe te passen. Contexten kunnen verhaaltjes, kleine gebeurtenissen, tekeningen, situaties of plaatjes zijn. Deze zijn verdeeld in verschillende blokken waar een bepaald thema de aandacht krijgt. Allerlei verschillende rekenvormen en strategieën worden behandeld. Hierbij wordt vooral gekeken naar het proces (de manier waarop een kind tot een antwoord komt) en niet alleen naar het product (de uitkomst van een som). De kinderen worden gestimuleerd om zelf hun wiskunde op te bouwen. Niet door alleen voordoen-nadoen-oefenen, maar ook op basis van eigen activiteiten worden kennis, inzicht en vaardigheden verworven. Daarbij heeft de leerkracht afwisselend een sturende, begeleidende en ondersteunende rol. Natuurlijk nemen ook het sommen maken, cijferen, hoofdrekenen, etc. een grote plaats in. Vanaf dit schooljaar is de rekenmethode in alle groepen aangepast aan het rekenen met Euro's.
Omdat de kinderen met name bij het vak rekenen en wiskunde regelmatig zelfstandig werken, heeft de leerkracht gelegenheid om kinderen die moeite hebben met de opgaven extra te begeleiden. Leerlingen die verder zijn in hun ontwikkeling willen we extra leerstof aanbieden, zodat zij zich ook op hun eigen niveau verder kunnen ontwikkelen.
Wereldoriënterende vakken Met dit begrip bedoelen we aardrijkskunde, geschiedenis en natuurkunde/biologie. Letterlijk ‘oriënteren de kinderen zich in de wereld om hen heen’. Dat begint dicht bij huis in de onderbouw. Gaandeweg door de schooljaren heen wordt de blik steeds wijder de wereld in gericht. Zowel in ruimte als in tijd. We gebruiken voor deze vakken de methode ‘Wijzer door….’ . De methode wil een wegwijzer zijn door de wereld, door de tijd en door de natuur. Ook gebruiken we de series van de Nederlandse Onderwijs Televisie bij het vak natuuronderwijs. Naast het verwerven van kennis, vinden we het ook belangrijk dat de kinderen ontdekken dat Gods hand overal zichtbaar is. Hij is niet alleen de Schepper van hemel en aarde, Hij onderhoudt Zijn schepping ook. Een belangrijk aandachtspunt bij de wereldoriënterende vakken is hier oog voor krijgen en onder de indruk te raken van Zijn grootheid. Voor het vak verkeer gaan we gebruik maken van de 3VO-methodes 'Op voeten en fietsen' en de 'Jeugdverkeerskrant'.
Sociale redzaamheid Voor het vak sociale redzaamheid en gezond gedrag maken we gebruik van de methode ‘Ik, jij, wij’. Door het jaar heen krijgen de kinderen les in sociale vaardigheden, waarbij o.a. op begrijpelijke en plezierige manier onderwijs gegeven wordt in het correct omgaan met elkaar. Ook de plaats van de kinderen in de wereld om hen heen en de manier waarop ze met allerlei zaken die op ze afkomen omgaan, krijgt de aandacht. Natuurlijk is ook de tijd die kinderen samen in de kring doorbrengen, belangrijk voor het sociaal functioneren.
Expressie-activiteiten
-Tekenen De meeste kinderen tekenen graag. Soms verwerken we een verhaal in of door een tekening. Ook bij de wereldoriënterende vakken kunnen tekeningen een rol spelen. Hiernaast krijgen de kinderen ook creatieve tekenlessen. We maken hierbij gebruik van verschillende materialen (verf, potlood, ecoline, inkt, houtskool, etc.). Zo leren de kinderen omgaan met hun eigen creativiteit en verschillende materialen en technieken. Ook worden er wel groepswerkstukken gemaakt, waarbij ieder kind zijn of haar eigen inbreng heeft.
-Handvaardigheid Voor dit vak geldt hetzelfde als voor tekenen. We vinden het belangrijk om de kinderen verschillende materialen en technieken aan te reiken waarmee ze naar eigen kunnen en creativiteit aan de gang gaan. Ook hierbij wordt vooral de eigen inbreng van elk kind gewaardeerd en willen we hun creatieve vermogens stimuleren en tot ontplooiing laten komen. Op termijn denken we om eens per week een creatieve middag te organiseren. Kinderen kunnen dan zelf een techniek of activiteit kiezen en gaan daar in groepen een bepaalde periode mee aan het werk.
-Muzikale vorming Het is prachtig om met de kinderen samen te musiceren. Uiteraard zingen we veel, zowel christelijke liedjes als neutrale. In de bovenbouw doen we dat soms meerstemmig of in canon. Maar ook klankspelen, ritmische oefeningen en muziek beluisteren/beleven behoren tot de onderdelen van de muzieklessen. Ook voor dit vak geldt dat we de muzikale mogelijkheden van de kinderen willen stimuleren. Kinderen die zelf een instrument bespelen kunnen op school laten horen wat ze kunnen.
Bij alle bovenstaande onderdelen van expressie maken we gebruik van de methode ‘Moet je doen’. Deze methode gaat uit van het ontwikkelen van de eigen creatieve vermogens van elk kind en wil ze brengen tot het op een eigen gekozen manier uiting geven aan deze vermogens.
Natuurlijk krijgt niet elk onderdeel evenveel aandacht. Bij deze vakken speelt de eigen vaardigheid van de leerkracht ook een grote rol. Ieder heeft hierbij zo zijn of haar eigen interesses en mogelijkheden. Toch streven we ernaar om elk onderdeel aan bod te laten komen in de school. We denken na over de uitbouw van deze vakken en ook bv. aan de inzet van ouders hierbij. Want ook onder hen zijn er specialisten op bepaalde terreinen. Graag geven we de gelegenheid om de kinderen hier iets van te laten zien, te ervaren en zelf te leren.
Door gemaakt werk van kinderen in de school op te hangen of neer te zetten, willen we ze leren dat anderen ook mogen genieten van wat gemaakt is. Waardering voor elkaars werk is een belangrijk aspect van het onderdeel expressie.
Bewegingsonderwijs
Het vak bewegingsonderwijs beoogt het aanleren van motorische vaardigheden met verschillende vormen van spel en beweging. De lessen worden van groep 3 t/m 8 gegeven in sporthal Elderveld, waar we met de bus naar toe gaan. De kleuters hebben een speellokaal. Bij mooi weer worden er natuurlijk ook lessen buiten gegeven. Dit kan soms op het plein, maar ook kunnen we gebruik maken van de sportvelden rondom bovengenoemde sporthal.
Ook dit schooljaar krijgen de groepen 3 en 4 wekelijks een half uur zwemonderwijs. Dit wordt gegeven door zwemleerkrachten in het zwembad 'De Grote Koppel' in Arnhem.
Voor de gymlessen moeten de kinderen goed passende kleding hebben: een gympakje of korte broek met T-shirt. En natuurlijk gymschoenen. Deze mogen geen zwarte zolen hebben, i.v.m. strepen op de vloer van de gymzaal. Voor de kleren geldt dat ze regelmatig gewassen moeten worden.
Kinderen zonder gymkleren laten we niet meedoen met de gymlessen. Dit i.v.m. de hygiëne. Bovendien willen we voorkomen dat kinderen besmettelijke voetschimmel of wratten krijgen.
Indien uw kind om medische redenen een keer niet kan meedoen aan de gymles, verwachten we een briefje van u.
Zelfstandig werken
We moedigen de kinderen aan zelf oplossingen voor problemen te vinden en zelf actief bij het leren betrokken te zijn. Ook leren we ze verantwoordelijkheid te dragen voor hun medemens, het materiaal en de omgeving.
In onze combinatieklassen is het zelfstandig kunnen werken iets wat kinderen moeten kunnen. Wanneer de leerkracht lesgeeft aan de andere groep in hetzelfde lokaal, moeten kinderen zonder de leerkracht te storen zelf met hun werk bezig zijn.
Om de zelfstandigheid te bevorderen, hebben we op school een bepaalde werkvorm ingevoerd. Vanaf groep 3 werken de kinderen met een dag- en weektaak. Elk kind krijgt wekelijks een overzicht van het werk dat die week gedaan moet worden. Hierop wordt elke dag bijgehouden wat het kind gedaan heeft en wat nog moet gebeuren.
Voor de meeste kinderen in een groep is het programma gelijk. Maar individueel kan er ook op de dag- en weektaak aangegeven worden wanneer een kind bepaalde leerstof herhalen moet of verdiepingsstof kan maken. Ook extra werk staat vermeld.
Soms wordt er klassikaal aan hetzelfde vak gewerkt. Maar de kinderen kunnen voor een gedeelte ook zelf bepalen wanneer ze een onderdeel van de taak gaan doen. Zelf plannen en keuzes maken is hierbij van belang. Ook leert het kind eigen tijd in te delen, zelf problemen op te lossen en materialen te pakken. Bepaalde opdrachten moeten samen met andere kinderen worden gedaan. Samenwerken en rekening houden met elkaar, zijn daarbij noodzakelijk.
Natuurlijk is er verschil in de omvang en wijze van het werken met de dag- en weektaak. In de loop van de jaren leert het kind steeds meer hiermee te werken.
In de kleutergroep wordt zelfstandig werken al bevorderd. Ook daar gebeurt dit op een wijze die aansluit bij de ontwikkeling van de kinderen in die groep.
Kringtijd
We willen het godsdienstonderwijs graag een plaats geven binnen alle vakken. Het Koninkrijk van God heeft namelijk te maken met alle terreinen van de samenleving. Aan het begin van de dag, in de 'kringtijd', wordt speciale aandacht gegeven aan de relatie met God. Naast het vertellen en lezen van Bijbelverhalen en het uitleggen van de betekenis daarvan voor ons dagelijks leven, gaat het vooral om de omgang met God.
Zingen wordt aanbidding, gebed en voorbede worden tevens luisteren naar wat God tot ons te zeggen heeft.
In alle groepen gebruiken we de methode 'Startpunt'. Deze methode werkt met een weekthema dat in alle groepen gelijk is. Per groep wordt dit thema vervolgens uitgewerkt in de verschillende Bijbelverhalen.
De leerkracht is ook bij dit vak degene die bepaald wat er in de groep gebeurt. De methode is een hulpmiddel, maar niet geheel bepalend voor de invulling van de kringtijd. Actuele gebeurtenissen, soms uit het leven van een enkel kind, kunnen aanleiding zijn om af te wijken van de methode.
Logopedie
Vroeger werd logopedie vaak spraakles genoemd. Toch klopt die naam niet helemaal. Een logopedist werkt met kinderen en volwassenen die moeite hebben met spreken en/of verstaan. Daarbij horen dus niet alleen spraakproblemen, maar ook taal-, stem- en gehoorproblemen.
Op onze school komt regelmatig een logopedist van de GGD/Hulpverlening Gelderland-Midden. Ook dit schooljaar zal de logopedist alle kinderen rond hun vijfde verjaardag screenen. Zij zal hiervoor driemaal per jaar de school bezoeken. Voordat een kind gescreend wordt, krijgen de ouders hiervan schriftelijk bericht.
Als er problemen zijn op het gebied van stem, spraak, taal en/of gehoor, wordt met de ouders en de leerkrachten besproken wat daaraan kan worden gedaan. Als blijkt dat logopedische begeleiding noodzakelijk is, wordt een kind via de huisarts verwezen naar een particuliere logopediepraktijk.De logopedisten zijn voor vragen en informatie, iedere woensdagmiddag telefonisch bereikbaar van 15.30 - 16.30 uur op het telefoonnummer 026 - 377 48 82.
Jeugd Gezondheidszorg (JGZ)
Twee keer in de basisschoolperiode worden de kinderen door de jeugdgezondheidszorg gescreend. Dit is een vervolg op de bezoeken aan het consultatiebureau, die ouders met jonge kinderen regelmatig moeten brengen. Bij de screening op school controleren de schoolarts en de jeugdverpleegkundige op vooraf vastgestelde punten. Wanneer er reden is voor verder onderzoek, kan de schoolarts de ouders verzoeken terug te komen of doorverwijzen.
Naast deze screening komt de schoolarts regelmatig op school. Het gaat hierbij om zgn. spreekuren waarvoor ouders en leerkrachten kinderen aan kunnen melden. In het laatste geval is er uiteraard vooraf overleg met de ouders van betreffende kinderen.
Aannamebeleid voor kinderen met een onderwijsbeperking / handicap
Basisscholen worden in toenemende mate geconfronteerd met de vraag van ouders van gehandicapte leerlingen om hun kind op een school voor regulier basisonderwijs te plaatsen.
In het kader van hun recht op keuzevrijheid en de toenemende vraag naar integratie van gehandicapte kinderen in de samenleving kunnen ouders voor het regulier basisonderwijs kiezen in plaats van het speciaal onderwijs.
Op grond van de integratiegedachte van kinderen met onderwijsbeperkingen hebben scholen voor regulier basisonderwijs de opdracht om gedifferentieerd onderwijs te geven en om in te spelen op de onderwijsbehoeften van zorgleerlingen.
Het recht op de vrije onderwijskeuze van ouders betekent echter niet dat kinderen met een handicap automatisch op een reguliere basisschool geplaatst worden. De aard en de zwaarte van de onderwijsbeperking en de feitelijke onmogelijkheden van de school kunnen het mogelijk maken niet te voldoen aan een plaatsingsverzoek van ouders.
Voor elke leerling die aangemeld wordt op een school voor regulier basisonderwijs en waar bij aanmelding duidelijk is dat er van de school een extra zorginvestering wordt gevraagd, wordt een individueel besluit genomen.
Hiertoe wordt een vastgestelde procedure gehanteerd, die in hoofdlijnen bestaat uit:
een oriënterend gesprek met de ouders
een gesprek met een vertegenwoordiger van het regionaal expertisecentrum, waarvan de commissie voor indicatie de ouders een 'rugzakje' heeft afgegeven
een gesprek tussen ouders, directie en intern begeleider, waarin de ontwikkelings-mogelijkheden, de verwachting ten aanzien van het onderwijsaanbod en de mogelijkheden en onmogelijkheden van de school aan bod komen
een teamvergadering, waarin het team gehoord wordt
het nemen van een besluit door de directie en het bestuur
het schriftelijk melden van het besluit aan de ouders
Criteria die voor een school voor regulier basisonderwijs een rol spelen bij het nemen van een plaatsingsbesluit zijn:
de mate waarin een leerling zich nog kan ontwikkelen
de zwaarte van de handicap
het karakter van de groep waarin geplaatst zou moeten worden
het aantal gehandicapte leerlingen dat al op school wordt opgevangen
de grenzen in zorg waarmee de school te maken heeft
Bij een positief besluit stelt de school een handelingsplan op en geeft in een tijdpad het verloop van het verdere traject aan.
Bij een negatief besluit staat in de brief tevens aangegeven welke mogelijkheden er zijn voor bezwaar en beroep.
Overgang naar het voortgezet onderwijs.
De overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs is voor een kind vaak een hele stap. Hoewel de kinderen er klaar voor zijn en er aan toe zijn, zien ze er toch vaak een beetje tegenop.
We proberen de kinderen zo goed mogelijk voor te bereiden op deze stap. Door er veel samen over te praten, door te oefenen met het werken met een agenda, door huiswerkbegeleiding en ook door eventueel een aantal scholen voor VO te bezoeken. Naar welke school een kind gaat, is afhankelijk van een aantal factoren. Natuurlijk spelen de schoolvorderingen een rol, maar ook zaken als werkhouding, concentratie, zelfvertrouwen en motivatie zijn belangrijk. Hier wordt dan ook nadrukkelijk naar gekeken, naast de uitslag van de Cito-Eindtoets.
In november wordt op school een informatieavond voor de ouders van de kinderen uit groep 8 gehouden. Hier zal voorlichting gegeven worden over de verschillende vormen van VO en de procedure van aanmelding. In de maanden hierna organiseren de verschillende scholen voor voortgezet onderwijs hun open dagen en informatie-avonden. Voor het bezoeken van deze open dagen kunnen de kinderen uit groep 8 verlof krijgen.
In deze periode vinden ook de gesprekken met de ouders plaats. In februari wordt de Cito-Eindtoets basisonderwijs afgenomen.
Wanneer de uitslag hiervan binnen is, volgt een spreekavond voor de ouders , waarbij de leerkracht van groep 8 de ouders adviseert bij de keuze van een school.
Omdat de meeste scholen voor voortgezet onderwijs 1 april hanteren als uiterste aanmeldingsdatum, vinden bovenstaande gesprekken ruim voor die datum plaats. Belangrijk om te vermelden is dat de aanmelding van leerlingen bij een school voor voortgezet onderwijs, door de ouders moet gebeuren. Nadrukkelijk geven we aan dat we dat als school niet doen.
Wel zorgen we ervoor dat na aanmelding de benodigde gegevens over de leerling aan de volgende school worden geleverd. Hiervoor gebruiken we, net als alle Arnhemse scholen, een vastgesteld overdrachtsformulier. De leerkracht vult dit in en legt dit aan de ouders voor ter informatie en ondertekening. Pas daarna wordt het verzonden.
Uiteraard willen we als evangelische basisschool nauwe contacten opbouwen met de school voor Evangelisch Voortgezet Onderwijs 'De Passie' in Utrecht en Rotterdam.Maar daarnaast onderhouden we ook contacten met de scholen voor VO in Arnhem en omstreken.
Klachtenregeling
In elke organisatie gebeuren er dingen die niet gewenst zijn. Soms zijn dit kleine zaken die in onderling overleg opgelost kunnen worden. Soms echter zijn het ook zaken die dieper steken en waarbij uitvoerig onderzocht moet worden wat er is gebeurd en hoe een oplossing mogelijk is. Hiervoor heeft het bestuur een klachtenregeling vastgesteld. Elke school is verplicht een dergelijke regeling te hebben. Wanneer ouders of leerlingen een klacht hebben over de school, het personeel, het bestuur of leerlingen, dan is in eerste instantie de directeur het aanspreekpunt hiervoor. Bij hem kunt u te allen tijde terecht. U kunt echter ook uw klacht schriftelijk indienen bij de vertrouwenspersoon van de school.
Deze persoon zal dan verder zorgdragen voor verwerking van de klacht. In het adressenboekje dat elk gezin aan het begin van het schooljaar krijgt uitgereikt, is de naam en het adres van de vertrouwenspersoon opgenomen. De regeling ligt ter inzage op school.
Medezeggenschapsraad
Het bestuur van de school heeft een medezeggenschapsraad ingesteld. Deze raad volgt op een opbouwende maar kritische manier de beleidsmakers en beslissers binnen de school. Op verschillende terreinen mag de MR het bestuur en de directie adviseren. Sommige besluiten mogen alleen genomen worden, wanneer de MR hiermee instemt. In de MR zit een afvaardiging van de ouders en van het personeel. Samen geven zij inhoud aan de wettelijk verplichte MR.
De MR komt maandelijks bijeen en volgt een eigen agenda. Deze is afgestemd op de verschillende acties die lopende het schooljaar binnen bestuur en directie ondernomen worden. Regelmatig doet de MR verslag van haar activiteiten in de PERS.
Verder is de MR lid van de ouderorganisatie Ouders & COO die het blad 'Zeg' uitgeven.
Vanuit deze ouderorganisatie komen veel waardevolle adviezen die de MR kan gebruiken voor haar werk. Bij de MR kunnen ouders terecht wanneer zij in de school tegen zaken aanlopen waar ze meer van willen weten en ook de informatie van Ouders & COO kan daar opgevraagd worden. Het blad 'Zeg' ligt ter inzage op de leesplank naast de hoofdingang.
Voor namen en adressen van de leden, verwijzen we naar het overzicht in het adressenboekje.
Vereniging voor Leerlingenvervoer
Ouders die hun kind(eren) naar onze school laten gaan, krijgen te maken met een vervoersprobleem: de school ligt vaak niet om de hoek en de kinderen zijn meestal nog te jong om zelf met de fiets of het openbaar vervoer naar school te gaan. De Vereniging voor Leerlingenvervoer wil de ouders ondersteunen in hun verantwoordelijkheid om de kinderen op school en weer terug naar huis te krijgen. Dit doet zij door het geven van adviezen, contacten met plaatselijke overheden en het coördineren van het vervoer met eigen schoolbusjes.
In alle gevallen blijven de ouders van de kinderen zelf verantwoordelijk voor het vervoer van hun kinderen. Door lid te worden van de Vereniging kunnen de ouders gezamenlijk het vervoer regelen en hun kennis, kunde en inzet voor alle betrokkenen beschikbaar laten zijn.
Regelmatig vinden ledenvergaderingen plaats waarop het bestuur van de Vereniging de ouders informeert van de ontwikkelingen op het gebied van leerlingenvervoer. Ook worden op deze vergaderingen het gezamenlijke beleid, de financiële aspecten en actuele zaken besproken.
Wanneer ouders gebruik willen maken van het leerlingenvervoer van de Vereniging, kunnen zij dit middels een inschrijfformulier kenbaar maken. Het bestuur van de Vereniging zoekt dan samen met de ouders naar een passende vorm van vervoer. Wel dient opgemerkt te worden dat inschrijving bij de Vereniging alleen kan wanneer het betreffende kind is aangemeld bij de school.
Groepsgebonden kosten Sinds dit schooljaar betalen ouders naast de ouderbijdrage, ook zgn. groepsgebonden kosten. Dit zijn eenmalige kosten, wanneer uw kind in betreffende groep zit.
Deze kosten zijn voor dit schooljaar:
gr. 3: Lamy-vulpen € 7,50
gr. 5: Bijbel € 17,00
gr. 1 t/m 8: schoolreis € 15,00
gr. 1 t/m 8: excursies € 7,50
Deze kosten dienen contant op school te worden betaald. U krijgt hier vanzelf bericht over.
Vervanging van schoolmaterialen
Schoolspullen, zoals boeken en schrijfmaterialen, zijn aan slijtage onderhevig. We leren de kinderen zorgvuldig met materialen die ze in bruikleen hebben, om te gaan. Wanneer bij normaal gebruik mocht blijken dat iets kapot is gegaan, dan wordt vervanging daarvan door de school geregeld.
Mocht daarentegen blijken dat schoolmaterialen kapot of kwijtgeraakt zijn gegaan door onzorgvuldig gebruik (bv. knagen op pennen of potloden; trommelen of 'zwaardvechten' met linialen), dan zijn de ouders verantwoordelijk voor de kosten die voor vervanging gemaakt moeten worden.
Schoolspullen mogen in principe niet mee naar huis genomen worden.
Slechts met uitdrukkelijke toestemming van de leerkracht, mag een kind soms iets mee naar huis. We verwachten dan natuurlijk dat er voorzichtig omgegaan wordt met het materiaal en dat dit weer op de afgesproken tijd terug komt op school.
Spaarproject
Sinds afgelopen schooljaar hebben we als school twee kinderen via de Stichting Compassion geadopteerd. Maandelijks maken we een vastgesteld bedrag over, waarmee bijgedragen wordt in de kosten voor levensonderhoud en school. Elke maandag mogen de kinderen hiervoor geld mee naar school nemen. In de eigen groep wordt dit ingezameld en wordt de stand bijgehouden.
Op het prikbord in de hal bij de kapstokken wordt informatie gegeven over de twee adoptiekinderen en wat er door Compassion gedaan wordt.
De namen van de geadopteerde kinderen zijn: Peni Andreti Widodo (jongen) uit Indonesië en Candesia Wairimu (meisje) uit Kenia.
Pedagogische en onderwijskundige zaken
In de eerste schooljaren hebben we gewerkt aan de invoering van het Leerlingvolgsysteem. Voor de vakken rekenen en wiskunde, spelling en lezen hebben we een toets ingevoerd.
De komende jaren willen we het onderdeel 'sociaal-emotionele ontwikkeling' nader beschouwen. Op welke manier kunnen we de ontwikkeling van de kinderen op dit gebied goed volgen, is een vraag die we ook komend jaar weer verder zullen bekijken. Ook wordt het Cito-LVS voor begrijpend Lezen ingevoerd.
Een ander aandachtspunt op dit terrein is het werken in niveaugroepen. Naast het werk in de combinatiegroep willen we onderzoeken bij welke vakken kinderen nog meer op hun eigen niveau kunnen werken. De verdere ontwikkeling van het zelfstandig werken is hiervoor een voorwaarde.
Met de OBD gaan we verder met het ingezette traject rondom de invoering van adaptief onderwijs, kort gezegd: onderwijs op maat voor elk kind op school. Wat betekent dat voor je werk als leerkracht in de groep?
Het kind
Met behulp van de methode 'Ik, jij, wij' willen we structureel aandacht geven in de groepen aan de sociale vaardigheden. Omdat we vinden dat elk kind zich veilig moet weten op school, willen we samen ook concreet werken aan deze veiligheid. Dat begint bij jezelf, gaat verder naar de ander en komt uiteindelijk uit bij een 'wij-gevoel'. Samen bouwen we aan onze school!
De leerkracht
Als team hebben we meerdere keren per schooljaar een gezamenlijke studiedag. Dit schooljaar voor het eerst ook samen met de teams van de andere evangelische basisscholen.
Komend jaar willen we vooral werken aan de opzet van een goede taak- en werkbelastingregeling. Een ander onderwerp waar we ook dit jaar mee verder gaan is het klassenmanagement en de klassen-organisatie.
ICT
In alle scholen en dus ook in de onze is ICT een ontwikkelingsgebied. De afkorting staat voor 'Informatie en Communicatie Technologie' en gaat over alles wat met m.n. computers te maken heeft. In het afgelopen cursusjaar is er veel op dit gebied gebeurd. In alle klassen staan een aantal computers, er is een bescheiden netwerk in de school aangelegd en als school zijn we aangesloten op Kennisnet. Dit schooljaar gaan we verder met deze ontwikkeling en willen we meer gestructureerd werken aan doelen en lesplannen voor de hele school.
PR
Een van de doelstellingen van de school is dat we willen groeien. We willen graag meer kinderen in onze school verwelkomen. Dat begint met het contact met de ouders. We willen samen met de ouders werken aan deze groei.
Dat betekent dat we werken aan heldere en open communicatielijnen, dat we willen onderzoeken in hoeverre de ouders meer betrokken kunnen zijn bij het schoolleven en dat we met de ouders ons verdiepen in allerlei opvoedkundige zaken om op één lijn te komen in de begeleiding van de kinderen op school en thuis. Ook wordt samen met het bestuur gewerkt aan de uitvoering van PR-beleid, met als doel de school bekend te maken bij een breder publiek en ouders enthousiast te maken voor onze school.
Plusgroep Eenmaal per week krijgen kinderen die daaraan behoefte hebben en meer aankunnen dan het gewone groepsprogramma, eigen lessen die hen uitdagen. Dit gebeurt in de zgn. ‘Plusgroep’. Deze lessen worden buiten de groep gegeven. Ook in het komende schooljaar willen we verder gaan met deze groep.
De uitslag van de toetsen is voor de leerkracht aanleiding om te kijken waar nog hiaten zitten en daar het volgende schooljaar klassikaal of voor individuele leerlingen, rekening met te houden en extra aandacht aan te geven.
Eindtoets groep 8
De eindtoets die in februari in groep 8 afgenomen wordt, geeft een beeld van wat de kinderen na acht jaar basisonderwijs geleerd hebben. De uitslag van de toets wordt vergeleken met alle andere deelnemende scholen in Nederland en per kind en voor de hele groep wordt een overzicht gegeven van de score.
Elk kind krijgt een score voor het geheel van de toets. Dit is een getal tussen 500 en 550. Hierbij geldt: hoe hoger het getal, hoe beter de score.
Daarnaast wordt per onderdeel gekeken naar de kennis en vaardigheid. Een overzicht van de schoolscore t.o.v. het landelijke gemiddelde:
2002
2003
2004
schoolscore
532,8
540,0
540,7
land.gemiddelde
534,8
534,7
535,2
Wanneer we naar de scores op onderdelen kijken, levert dat het onderstaande beeld op.
Weer wordt vergeleken met alle deelnemende scholen in het land:
onderdeel
2002
2003
2004
taal
rekenen
studievaardigheden
wereldoriëntatie
onder gemiddeld
boven gemiddeld
gemiddeld
onder gemiddeld
boven
gemiddeld
boven gemiddeld
boven
gemiddeld
bovengemiddeld
boven gemiddeld
boven gemiddeld
boven gemiddeld
boven gemiddeld
Met bovenstaande scores kunnen we ons onderwijs vergelijken met het landelijke gemiddelde. Tenminste, voor een klein gedeelte. Want zo'n score zegt natuurlijk niet alles. Slechts over de onderdelen die getoetst worden, kan iets worden gezegd. Wij vinden onderwijs echter veel breder dan dit. De persoonlijke ontwikkeling van kinderen blijft bijvoorbeeld helemaal buiten beschouwing. Ook is het een momentopname. Het oordeel van de leerkracht is daarom erg van belang. Hij zet de scores af tegen de gehele persoon van de leerling en geeft op basis van het geheel zijn oordeel over het vervolgonderwijs.
Helaas gaan steeds meer scholen voor voortgezet onderwijs alleen af op de uitslag van de Cito-Eindtoets. In de gesprekken die we hebben bij de overdracht van leerlingen, geven we echter aan welke waarde de uitslag voor ons heeft.
Voor de komende jaren bezinnen we ons op verdere deelname aan de Cito-Eindtoets. We kijken naar alternatieven, waarbij ook de persoonlijkheid van het kind meegenomen wordt. Met deze bezinning volgen we de lijn die in veel basisscholen gevolgd wordt.
Net als in vorige jaren, hebben de kinderen van groep 3 een aantal extra vrije dagen. Meestal is dat de laatste vrijdag van de maand, behalve wanneer daar een vakantie in de buurt ligt.
Dit schooljaar zijn de vrije vrijdagen:
vr. 1 oktober 2004; vr. 26 november 2004; vr. 28 januari 2005; vr. 15 april 2005 en vr. 24 juli 2005
Met het team hebben we verschillende momenten dat we ontwikkelingen in de school en het onderwijs bespreken. Dat doen we o.a. in vergaderingen na schooltijd, maar ook op een drietal studiedagen. Eén daarvan is met alle schoolteams van de verschillende Evangelische Basisscholen in Nederland.
Op de studiedagen zijn de kinderen vrij. Voor dit schooljaar hebben we de volgende dagen ingeroosterd:
dinsdag 19 oktober 2004
woensdag 2 maart 2005
dinsdag 12 april 2005
Bijzonder verlof en verzuim
Als uw kind 4 jaar is, mag het naar school. Dat verandert wanneer het kind 5 jaar wordt. Dan is het nl. leerplichtig en moet het naar school. Voor ouders met kinderen van 5 jaar en ouder geldt dat er in principe geen extra verlof wordt verleend, behalve bij 'gewichtige omstandigheden'. Hieronder vallen: huwelijk van familieleden, begrafenissen, jubilea, verhuizing en ziekte (doktersbezoek). In al deze gevallen verleent de directeur op aanvraag van de ouders verlof. U moet hiertoe tijdig schriftelijk een verzoek indienen bij de directeur. Voor de overige absentie wordt geen verlof gegeven. Dit geldt met name voor:
een extra vakantie in voor- of naseizoen
een (aantal) dag(en) vrij aansluitend aan een weekend of vakantie; argumenten als 'we willen graag voor de spits weg' of 'we willen niet op zondag reizen' vallen hier ook onder.
Een uitzondering kan gemaakt worden in de volgende gevallen (en dan eenmaal per schooljaar):
als een ouder gedurende de schoolvakanties geen vrij kan krijgen (geldt in gevallen van loondienst, als ook voor een eigen bedrijf); een schriftelijke melding van het bedrijf moet overlegd worden
een ouder ziek is tijdens de vakantie of er gedurende de vakantie gezinsuitbreiding plaatsvindt
als gezinnen vanwege vakantiespreiding minder dan drie weken gezamenlijk erop uit kunnen gaan
Mocht u in één van de drie bovenstaande uitzonderingen vallen, dan dient u ermee rekening te houden dat kinderen wettelijk verplicht zijn de eerste 14 dagen van het nieuwe schoolseizoen op school te zijn.
Bovendien geldt dat elke ongeoorloofde afwezigheid gemeld moet worden bij de ambtenaar leerplichtzaken van de gemeente waar men woont.
Wanneer u toch graag verlof (dat buiten boven-staande mogelijkheden valt) voor uw kind wenst, dan moet hiervoor een schriftelijk verzoek worden ingediend bij de leerplichtambtenaar van de eigen gemeente. Een formulier hiervoor is op school verkrijgbaar.
Al met al een uitgebreide regeling. Toch is het goed dat we ons hier met elkaar aan houden. Als school hebben we een wettelijke verplichting en u bent als ouder(s) verantwoordelijk voor het nakomen van de leerplicht van uw kind(eren).
Verjaardagen
Wanneer een kind jarig is, is het feest! Ook in de klas vieren we dat en mag het kind trakteren. Ze krijgen een verjaardagskaart en mogen daarmee naar de meesters en juffen van andere groepen.
We verzoeken u om een verantwoorde traktatie uit te kiezen: geen kleverige zaken of dingen die de hele groep op de kop zetten, zoals toeters, bellenblaas o.i.d.
Een gezonde traktatie wordt door de meeste ouders én leerkrachten zeer op prijs gesteld.
Gevonden voorwerpen
Het gebeurt vaak dat persoonlijke eigendommen van de kinderen op school rondslingeren. Het gaat dan voornamelijk om kledingstukken en broodtrommels of bekers.
Wanneer we dit vinden, wordt dit op de tafel onderaan de trap gelegd. U wordt verzocht hier regelmatig even te kijken of er iets van uw kind bij is. Vooral als u daadwerkelijk iets mist, is dit de eerste plek om te zoeken.
Op ouder- en kijk-/spreekavonden stallen we de gevonden voorwerpen uit voor alle ouders. Dit is de 'laatste kans' om uw eigendommen terug te krijgen. Na zo'n avond ruimen we de voorraad op: bruikbare zaken gaan naar een goed doel, de rest verdwijnt in de afvalcontainer.